Eerste follow-up schildklierkanker

Waarschijnlijk zal je arts vragen na 3 tot 6 maanden na de behandeling terug te komen.

Dit is om te bepalen of de schildklierkanker effectief is behandeld en om de dosering van het schildklierhormoon bij te stellen. Onderstaande tests kunnen hierbij worden uitgevoerd:

  • Palpatie van de nek
  • Bloedtest – om het schildklierhormoon en thyroglobuline (Tg) niveau te bepalen
  • Echo van de hals 
  • Scintigrafie van het gehele lichaam

Bloedwaarden schildklier

De belangrijkste bloedwaarde bij de follow-up van schildkliercarcinoom is thyreoglobuline (=Tg), een eiwit, dat alleen door schildkliercellen geproduceerd wordt. Tg is een tumormarker. Na een succesvolle eerste behandeling (operatie en ablatie) dient de Tg-waarde bijna 0 te zijn. Wanneer deze Tg spiegel te hoog is,duidt  dit op restant van schildkliercellen. Wanneer er bij de follow up een oplopende Tg waarde in het bloed gevonden wordt, suggereert dit groei en moeten verdere diagnostische maatregelen overwogen worden.

Een Tg-meting wordt door bloedafname in het laboratoriumuitgevoerd. Om de Tg-waarde te bepalen kan het  belangrijk zijn om voor de meting een hoge concentratie  TSH in het lichaam te hebben. Zoals ook bij de ablatie, kan deze hoge TSH concentratie bereikt worden door het toedienen van recombinant TSH of door het onttrekken van schildklierhormoon. In beide gevallen spreekt men van een gestimuleerde Tg-meting.

Tg kan geruime tijd na de operatie nog dalen

Echo schildklier

Naast de Tg-meting kan ook een echo van de hals gemaakt  worden. De echo van de hals is het meest gevoelige onderzoek voor het detecteren van lokale recidieven. 

Scintigrafie van het gehele lichaam

Een scintigrafie van het gehele lichaam is een beeldvormend proces in de diagnostiek. Met name bij de eerste nazorg/ follow-up na de ablatie wordt in de regel een scintigram van het gehele lichaam uitgevoerd, dat restweefsel, recidieven en uitzaaiingen (metastasen) na de opname van radioactieve stoffen met een gamma-camera zichtbaar maakt. Het principe van de nucleaire diagnostiek, lijkt op de ablatie. Het verschil is dat er  minder jodium-131-activiteit  gebruikt wordt. Hierbij wordt geen weefsel vernietigd maar is het doel een afbeelding te maken. De mogelijk aanwezige schildkliercellen of schildklierkankercellen moeten ook hiervoor hongerig voor jodium gemaakt worden. Een kunstmatige verhoging van de TSH Spiegel kan op 2 manieren bereikt worden. Door het toedienen van  rhTSH of d.m.v. onttrekken van schildklierhormoon. Twee tot drie dagen na het innemen van de radioactief jodium capsule wordt met behulp van een gamma-camera een scintigram van het gehele lichaam gemaakt. Op dit moment hebben de eventueel aanwezige cellen het radioloactief jodium opgenomen en de gammastraling van jodium-131 kan in een afbeelding worden weergegeven. Vindt men plekken, waar de straling geconcentreerd is, dan is dit een teken dat daar actieve schildkliercellen zijn. Dan zal de behandelend arts verdere relevante diagnostische en therapeutische maatregelen treffen.