Hypothyreoïdie

Hypothyreoïdie is een trage schildklier

Een tekort aan schildklierhormoon in het bloed vertraagt de stofwisseling van cellen in het hele lichaam: de ‘centrale verwarming’ staat te laag. Dit wordt hypothyreoïdie genoemd, in de volksmond ook wel een ‘trage schildklier’. Hypothyreoïdie veroorzaakt een veelheid aan klachten van uiteenlopende aard; deze klachten ontstaan meestal heel geleidelijk en zijn vaak zo vaag, dat het voor artsen lastig kan zijn direct de juiste diagnose te stellen. 

Symptomen van hypothyreoïdie

Klachten die op hypothyreoïdie kunnen wijzen zijn onder andere:

  • Vermoeidheid, lusteloosheid, traagheid
  • Concentratie- en geheugenstoornissen, depressiviteit
  • Kouwelijkheid
  • Vochtophoping (myxoedeem) in gelaat of enkels
  • Gewichtstoename
  • Constipatie
  • Haaruitval (schedel en wenkbrauwen)
  • Brokkelige nagels en droge huid
  • Spierzwakte, gewrichtsklachten
  • Tintelingen in de handen (t.g.v. carpale-tunnelsyndroom)
  • Hartritmestoornissen, trage hartslag
  • Heviger of uitblijvende menstruatie
  • Verminderd libido
  • Vruchtbaarheidsstoornissen
  • Oogklachten 

Oorzaken van hypothyreoïdie

  • De ziekte van Hashimoto (Thyreoïditis van Hashimoto)
    Dit is de meest voorkomende oorzaak van hypothyreoïdie. De ziekte van Hashimoto is een (chronische) auto-immuunziekte. Een auto-immuunziekte is een aandoening waarbij het immuunsysteem (afweersysteem) van het lichaam antistoffen aanmaakt tegen lichaamseigen cellen. Bij de ziekte van Hashimoto richt het immuunsysteem zich tegen de schildkliercellen. Dit veroorzaakt een ontstekingsreactie die leidt tot schade aan het schildklierweefsel, waardoor de schildklier niet goed meer kan functioneren en te weinig schildklierhormoon produceert.
  • Stille thyreoïditis
    Een voorbijgaande ontsteking van de schildklier; deze geneest spontaan en blijft vaak onopgemerkt.
  • Post-partum thyreoïditis
    Post-partum is de medische term voor ‘na de bevalling’. Deze thyreoïditis (ontsteking van de schildklier) is een vorm van de ziekte van Hashimoto die in het eerste jaar na een bevalling kan optreden; dit gebeurt bij ongeveer 5% van de vrouwen. Aanvankelijk veroorzaakt deze ontsteking meestal hyperthyreoïdie, overgaand in een hypothyreoïdie die in de meeste gevallen spontaan geneest maar ook chronisch kan worden.
  • Thyreoïditis van Riedel
    Een zeer zeldzame aandoening waarbij er bindweefselvorming plaatsvindt in de schildklier en omliggende weefsels. De schildklier wordt hierdoor keihard, en in veel gevallen ontstaat er hypothyreoïdie.
  • Een aandoening van de hypofyse of de hypothalamus
    De hypofyse en de hypothalamus zijn gebieden in de hersenen die de aanmaak van schildklierhormoon reguleren. Aandoeningen van deze organen vormen een (uiterst zeldzame) oorzaak van respectievelijk secundaire en tertiaire hypothyreoïdie.
  • Schildklierhormoonresistentie (RTH of Syndroom van Refetoff)
    Schildklierhormoonresistentie is een zeer zeldzame, erfelijke aandoening waarbij de lichaamsweefsels resistent zijn tegen (=ongevoelig zijn voor) schildklierhormoon. Deze aandoening kan zowel symptomen van hypothyreoïdie als van hyperthyreoïdie veroorzaken. In tegenstelling tot de schildklierwaarden die normaal gesproken in het bloed gezien worden bij hypothyreoïdie (verhoogd TSH, verlaagd FT4), is bij RTH de TSH-waarde normaal en de FT4-waarde verhoogd.
  • Aangeboren hypothyreoïdie (CH - congenitale hypothyreoïdie)
    Een (soms erfelijke) aandoening bij pasgeborenen waarbij de schildklier geheel of gedeeltelijk ontbreekt. Het tekort aan schildklierhormoon dat hierdoor ontstaat veroorzaakt een lichamelijke en geestelijke groeistoornis (cretinisme genoemd). In Nederland worden alle pasgeborenen door middel van de zogeheten ‘hielprik’ gescreend op (onder andere) CH, zodat behandeling zo snel mogelijk kan worden gestart.
  • Iatrogeen
    Iatrogeen is de medische term voor ‘als gevolg van een geneeskundige behandeling of gebruik van bepaalde geneesmiddelen’. Hypothyreoïdie kan ontstaan als gevolg van bijvoorbeeld een schildklieroperatie, behandeling met radioactief jodium, bestraling in het hoofd/halsgebied of het gebruik van sommige geneesmiddelen (bijvoorbeeld lithium).
  • Onvoldoende of overmatige jodiuminname
    Om schildklierhormoon te kunnen produceren, heeft de schildklier jodium nodig. Jodium komt het lichaam binnen via het voedsel dat we eten; de schildklier haalt het vervolgens uit het bloed. In Nederland komt een jodiumgebrek door onvoldoende jodium in het voedsel nauwelijks meer voor: aan veel voedingsmiddelen wordt jodium toegevoegd. Een teveel aan jodium kan het gevolg zijn van het innemen van jodiumtabletten of zeewierpreparaten zoals kelp.

Behandeling van hypothyreoïdie

Een tekort aan schildklierhormoon in het lichaam wordt behandeld met tabletten die synthetisch schildklierhormoon bevatten (levothyroxine – T4). Het doel van deze behandeling is het tekort aan schildklierhormoon aan te vullen (substitutietherapie) zodat de hiervoor geldende normaalwaarden in het bloed worden bereikt. In de eerste periode na aanvang van behandeling met levothyroxine zal regelmatig bloedonderzoek nodig zijn om de juiste dosering te bepalen. Als het gewenste doel is bereikt (normale bloedwaarden en klachtenvrij) zal controle door middel van bloedonderzoek minder vaak nodig zijn (meestal eenmaal per jaar).

Als de oorzaak van hypothyreoïdie niet in de schildklier zelf ligt (bijvoorbeeld geneesmiddelgebruik, aandoening van de hypofyse/hypothalamus), zal die oorzaak moeten worden weggenomen als dat mogelijk is.