Oorzaken schildklierkanker

Over de oorzaak van het ontstaan van schildklierkanker is nog geen duidelijkheid.

Ondanks veel wetenschappelijk onderzoek naar de precieze oorzaak van het ontstaan van schildklierkanker is daar nog maar weinig over bekend. Wel weet men steeds meer over factoren die het kans op het krijgen van schildklierkanker vergroten. Hoewel risicofactoren kunnen bijdragen aan het ontwikkelen van schildklierkanker, zullen de meeste ervan niet op een directe manier aan te wijzen zijn als oorzaak. Sommige mensen hebben meerdere risicofactoren maar krijgen geen schildklierkanker, terwijl sommige anderen geen enkele risicofactor hebben maar de ziekte wel krijgen.

Factoren die in verband worden gebracht met een verhoogd risico op het ontstaan van schildklierkanker zijn:

  • Geslacht en leeftijd
    Schildklierkanker komt bijna drie keer vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Bij vrouwen ontstaat schildklierkanker over het algemeen op jongere leeftijd (25-50 jaar) dan bij mannen.
  • Radioactieve straling
    Blootstelling aan radioactieve straling verhoogt, vooral wanneer dit in de kindertijd gebeurt, het risico op het ontwikkelen van schildklierkanker. Dit verhoogde risico bestaat bij radioactieve straling die gebruikt wordt voor medische doeleinden (zoals radiotherapie in het hoofd/halsgebied bij kanker) en bij radioactieve straling als gevolg van bijvoorbeeld een kernramp, zoals die bij Tsjernobyl in 1986. Voor volwassenen is dit risico aanzienlijk minder verhoogd dan voor kinderen. Een jodiumtekort verhoogt de gevoeligheid van de schildklier voor radioactieve straling.
  • Erfelijkheid
    In ongeveer 1 op de 4 gevallen van medullair schildkliercarcinoom berust het ontstaan daarvan op erfelijkheid (waaronder schildkliercarcinoom als gevolg van het MEN-2-syndroom).
    Ook papillair en folliculair schildkliercarcinoom lijkt in sommige gevallen ‘in de familie te zitten’, maar de genetische oorsprong daarvan is niet bekend. Wel is bekend dat mensen met de ziekte van Cowden een sterk verhoogd risico hebben op het krijgen van folliculair schildkliercarcinoom.
  • Struma en andere schildklieraandoeningen
    Sommige goedaardige aandoeningen van de schildklier kunnen de kans op het ontstaan van schildklierkanker vergroten (zoals bijvoorbeeld struma, adenoom, ziekte van Hashimoto).
  • Jodiumtekort
    Onvoldoende jodium in de dagelijkse voeding verhoogt het risico op folliculair en papillair schildkliercarcinoom. In Europese landen komen schildklieraandoeningen door een tekort aan jodium nog maar zelden voor: aan veel voedingsmiddelen wordt van fabriekswege jodium toegevoegd (bijvoorbeeld aan zout, brood). In delen van de wereld waar het aanbod van jodium in voedingsmiddelen laag is, kan wel een jodiumtekort ontstaan.
  • Obesitas
    Van overgewicht en obesitas is aangetoond dat deze het risico op het ontwikkelen van een groot aantal kankersoorten, waaronder schildklierkanker, verhogen.