Schildklieroperatie

Onafhankelijk van het soort carcinoom moeten de patiënten in de regel een operatie ondergaan waarbij de zieke schildklier geheel of gedeeltelijk wordt verwijderd.

Een schildklieroperatie (thyreoïdectomie of ook wel strumectomie) wordt altijd onder algehele narcose uitgevoerd. Via een horizontale snede onder in de hals, tussen de adamsappel en het borstbeen, wordt de schildklier gedeeltelijk of geheel verwijderd. Als er uitzaaiingen zijn in de halsklieren, worden ook die verwijderd. Voor het afvoeren van vocht en bloed uit de operatiewond wordt soms een dun slangetje in de wond aangebracht, een zogeheten wonddrain, dat meestal na ongeveer 24 uur verwijderd wordt. De pijn na de operatie is vergelijkbaar met die bij een keelontsteking. Herstel van een schildklieroperatie gaat snel: de ziekenhuisopname duurt meestal niet langer dan 2 dagen, en over het algemeen zijn na 1 à 2 weken normale activiteiten als autorijden, fietsen en werken weer mogelijk. Na genezing van de wond blijft er een dun litteken achter, dat na verloop van tijd steeds verder vervaagt en nauwelijks meer opvalt.

Thyreoïdectomie

Als uit de schildklierpunctie is gebleken dat er sprake is van een kwaadaardige schildkliernodus, zal in de meeste gevallen de gehele schildklier worden verwijderd (totale thyreoïdectomie of strumectomie). Omdat zowel de stembandzenuwen als de bijschildklieren dicht tegen de schildklier aan liggen en beschadiging daarvan zo veel mogelijk voorkomen moet worden, lukt het de chirurg niet altijd om ál het schildklierweefsel te verwijderen. Daarom zal in de meeste gevallen na een totale thyreoïdectomie ablatie met radioactief jodium volgen om achtergebleven resten van schildklierweefsel en eventueel nog in het lichaam aanwezige kankercellen te vernietigen.

Hemithyreoïdectomie

Een hemithyreoïdectomie is een operatie waarbij niet de gehele schildklier maar slechts één helft (kwab) van de schildklier wordt verwijderd. Hiertoe kan worden besloten als na biopsie van cellen van de schildkliernodus twijfel bestaat of de schildkliernodus goedaardig of kwaadaardig is. In dat geval zal in eerste instantie de helft van de schildklier worden verwijderd. Als uit microscopisch onderzoek van het weefsel (weefselbiopsie) blijkt dat de nodus kwaadaardig is, zal in de meeste gevallen alsnog de andere helft van de schildklier worden weggenomen. Alleen als het een papillair carcinoom kleiner dan 1 cm zonder lymfekliermetastasen betreft, kan soms worden besloten de overgebleven helft van de schildklier niet te verwijderen. 

Uitzaaiingen

Wanneer er uitzaaiingen (metastasen) in de lymfeklieren aanwezig zijn, zullen meestal niet alleen de aangedane maar ook de omliggende lymfeklieren worden weggenomen (dit wordt een halsklierdissectie genoemd). Bij kleine halskliermetastasen (minder dan 1 cm groot) kan soms worden besloten de halsklieren te sparen en te kiezen voor een afwachtend beleid: dit soort kleine uitzaaiingen verdwijnen mogelijk door de ablatie met radioactief jodium en worden in de follow-up scherp in de gaten gehouden. Uitzaaiingen in andere delen van het lichaam (afstandsmetastasen) zullen waar nodig (en mogelijk) ook operatief worden verwijderd. 

Complicaties

Net als voor bijna iedere operatie geldt ook voor een schildklieroperatie dat er een (overigens relatief kleine) kans is op algemene complicaties als bijvoorbeeld nabloeding of een wondinfectie. Daarnaast kunnen bij een schildklieroperatie een paar specifieke complicaties optreden: beschadiging van een of beide stembandzenuwen en beschadiging van de bijschildklieren.

Beschadiging van een stembandzenuw

Aan beide zijden van de schildklier ligt, vlak bij de schildklier, een stembandzenuw. Bij een uitgebreide schildklieroperatie bestaat er een (kleine) kans dat een stembandzenuw beschadigd raakt. Dit kan heesheid tot gevolg hebben, die over het algemeen na verloop van tijd spontaan herstelt. Als na 6-12 maanden blijkt dat de stembandzenuw zich niet herstelt en logopedie daar geen verbetering in brengt, kan operatieve correctie van de stembandzenuw nodig zijn.

Beschadiging van de bijschildklieren

De bijschildklieren liggen meestal erg dicht tegen de schildklier aan, of soms zelfs in de schildklier. De kans dat deze tijdens een schildklieroperatie beschadigd raken is bij een totale thyreoïdectomie dan ook vrij groot. De bijschildklieren spelen een rol in de calciumhuishouding in het lichaam; als deze kliertjes beschadigd raken, produceren zij onvoldoende parathormoon (PTH). Als gevolg hiervan dalen de calciumwaarden in het bloed en ontstaat hypocalciëmie. Dit kan klachten geven als tintelingen in het gezicht (vooral rond de mond) en in de vingers, en soms ook spierkrampen; deze verschijnselen worden behandeld met calcium- en vitamine-D-tabletten. Meestal herstellen de bijschildklieren zich spontaan. Als dat niet gebeurt, is levenslang gebruik van calcium- en vitamine-D-tabletten nodig.

Pijn en krachtverlies in de schouder

Als tijdens de schildklieroperatie ook halsklieren worden verwijderd, is er een kleine kans dat er een zenuw wordt geraakt die met de schouder in verbinding staat. Klachten die hierdoor ontstaan zijn een zeurende pijn en verminderde kracht in de schouder en tintelingen in de arm. Meestal verdwijnen deze klachten op den duur vanzelf.