Schildklierproblemen

Er is een groot aantal aandoeningen die van invloed zijn op de schildklier en/of de productie van schildklierhormoon. Dit kunnen aandoeningen van de schildklier zelf zijn, maar ook aandoeningen die weliswaar buiten de schildklier liggen maar gevolgen hebben voor het functioneren van de schildklier of de werking van de hormonen die de schildklier produceert. Schildklierproblemen komen veel vaker voor bij vrouwen dan bij mannen.

Een te traag werkende schildklier veroorzaakt een tekort aan schildklierhormoon in het lichaam; dit wordt hypothyreoïdie genoemd. Een te snel werkende schildklier veroorzaakt een teveel aan schildklierhormoon in het lichaam; dit wordt hyperthyreoïdie genoemd.

Schildklierkanker heeft in de meeste gevallen geen invloed op de werking van de schildklier.

Struma (vergrote schildklier)

Een struma, ook wel krop genoemd, is de medische benaming voor een vergroting van de schildklier, ongeacht waardoor deze veroorzaakt wordt. Deze vergroting kan gelijkmatig (diffuus) zijn, dus een vergroting van de gehele schildklier, of gevormd worden door één of meer knobbels (solitaire nodus respectievelijk multinodulair).
De aanwezigheid van een struma heeft niet altijd gevolgen voor het functioneren van de schildklier. Een struma bij een normale schildklierfunctie wordt een euthyreoot struma genoemd. Een struma bij een te snel werkende schildklier (hyperthyreoïdie) of een te traag werkende schildklier (hypothyreoïdie) wordt respectievelijk een hyperthyreoot of een hypothyreoot struma genoemd.

De aanwezigheid van een struma kan vele oorzaken hebben. Vroeger was jodiumgebrek de meest voorkomende oorzaak, maar in Nederland komt jodiumgebrek tegenwoordig niet of nauwelijks meer voor doordat aan allerlei voedingsmiddelen (zoals bijvoorbeeld JoZo keukenzout) jodium is toegevoegd. De schildklier kan licht vergroot raken tijdens de puberteit of een zwangerschap. Struma kan echter ook optreden bij schildklieraandoeningen zoals bijvoorbeeld de ziekte van Hashimoto, de ziekte van Graves en bij goed- of kwaadaardige schildkliertumoren

Knobbel(s) in de schildklier

Een of meerdere knobbels in de schildklier is een veelvoorkomend verschijnsel, vooral bij vrouwen en bij ouderen. In veel gevallen wordt een knobbel in de schildklier (een zogeheten schildkliernodus) bij toeval ontdekt bij lichamelijk of beeldvormend onderzoek (zoals MRI, CT-scan) tijdens onderzoek naar een andere aandoening. Soms is een knobbel in de schildklier van buitenaf voelbaar (de medische term voor van buitenaf voelbaar is palpabel), en kan als deze groot is ook klachten geven als slikproblemen, heesheid en problemen met de ademhaling. Wanneer het één enkele knobbel betreft, wordt dit een solitaire nodus genoemd; als er sprake is van meer knobbels in de schildklier, wordt dit een multinodulair struma genoemd. Een nodus kan bestaan uit vast weefsel (solide nodus) of uit een holte gevuld met vocht (cyste).

In meer dan 95% van de gevallen zijn schildklierknobbels goedaardig. Een goedaardige tumor in de schildklier wordt een adenoom genoemd, een kwaadaardige tumor een carcinoom. Een schildkliercarcinoom heeft in de meeste gevallen geen invloed op het functioneren van de schildklier. Bij een goedaardige tumor daarentegen kan hyperthyreoïdie optreden, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van een zogeheten toxisch adenoom,

Wanneer een goedaardige tumor in de schildklier klachten geeft, kan deze verwijderd worden door middel van een operatie of worden verkleind door behandeling (ablatie) met radioactief jodium. Daarnaast is er voor goedaardige schildkliertumoren sinds kort een nieuwe behandeling mogelijk: radiofrequente ablatie (RFA). Met deze techniek wordt de tumor met een naald verhit, waardoor deze afsterft. Het voordeel van deze behandelmethode is dat deze weinig tot geen schade aan het omliggende weefsel veroorzaakt en niet kan leiden tot het ontstaan van hypothyreoïdie.