Diagsnostiek

  • Meestal wordt de patiënt na een verdenking van schildklierkanker door de huisarts doorverwezen naar een endocrinoloog, die met behulp van verschillende onderzoeken een diagnose stelt. Als de verdenking bevestigd wordt of er is een zekere diagnose, dan volgt doorverwijzing naar de chirurg. 

    Als eerste stap van de behandeling volgt dan de schildklieroperatie. Een gespecialiseerd centrum is dan aan te raden.De plaatselijke operatierisico's, bijvoorbeeld de verlamming van de spraakzenuw en het verlies van de bijschildklier (met een levenslange storing van de calcium- en fosforhuishouding) zijn sterk van de ervaring en de behendigheid van de chirurg afhankelijk. Een leidraad voor een hoge expertise in de schildklierchirurgie biedt het aantal schildklieroperaties per jaar.

    Voor een optimale verdere behandeling na de operatie is voor de meeste patiënten een directe toediening van schildklierhormoon op medische gronden mogelijk en een tijdige afstemming tussen chirurg en nucleair geneeskundige is belangrijk.


    Aspecten die men in de gaten moet houden:

    ·         De tijdspanne tussen operatie en de beslissing over een radioactief jodiumbehandeling dient zo kort mogelijk gehouden te worden om de totale duur van de behandeling te verkorten

    ·         De beslissing over het afzien of juist starten van de medicatie voor vervanging van schildklierhormoon moet genomen worden.

  • Bijna 30 procent van alle papillaire schildkliercarcinomen heeft een doorsnede van maximaal 1 centimeter en wordt „microcarcinoom“ genoemd, als er geen verdere nesten van tumoren in de schildklier en geen metastasen zijn. Bij microcarcinomen is een kleinere omvang van behandeling mogelijk en de radioactief jodiumbehandeling is niet verplicht.
 Microcarcinomen worden in de regel bij toeval ontdekt: als er een zeer grote, goedaardige nodus(struma) ontdekt wordt, dan komt het tot een schildklieroperatie. Bij het onderzoek van het hierbij weggenomen weefsel kunnen microcarcinomen ontdekt worden.